Teksten cd Vier!

1. SYSTEEM

M: Gerard Veltrop
T (coupletten): Leo Vroman 

Dat ik in ieder dier onze verliefdheid voel
En ik tot iedere muis of mier fluister
Liefste kom eens hier
Is niet wat ik bedoel

Maar dat ik nu ook ieder blad van iedere wilde plant
Wil zoenen en wil aaien
Dat doet mij aan u vragen wat
wat is hier aan de hand?

Refr:
In ons korte leven
Zet ik met volle kracht de liefde in
Want ieder levend wezen heeft liefde om te geven
Voor bergen en dalen
Voor wolken en de wind
Voor Vlamingen en Walen
Voor ieder die zoekt en niet de ware liefde vindt

En nu ik ook om iedere steen
zo graag mijn armen sper
Zo maar om een rotsblok heen
Gaat ons dat toch te ver?

Refr:
In ons korte leven
Zet ik met volle kracht de liefde in
Want ieder levend wezen heeft liefde om te geven
Voor slachtoffers en daders
Voor het ongeboren kind
Voor slaven en dictators
Voor ieder die zoekt en niet de ware liefde vindt

Gaat ons dat toch te ver …
Dat ik in ieder dier onze verliefdheid voel
Gaat ons dat toch te ver …
En nu ik ook om ied’re steen zo graag mijn armen sper
Gaat ons dat toch te ver …

Leo Vroman schreeft 14 Psalmen, waarin hij het niet over God heeft maar over Systeem (met een hoofdletter). De coupletten van het lied ‘Systeem’ maken onderdeel uit van deze Psalmen. Zie artikel Volkskrant: ‘Maar heeft u ook een buitenkant? Leo Vroman geeft zijn religieuze gevoelens bloot.’

2. ALS IK MARIA HEB GEVONDEN

M: Gerard Veltrop
T: Mariken van de Bovenkamp

Maria, als ik jou heb gevonden
Maria, in het donker schijnt een licht
Ik loop erheen en volg het licht
Al dieper ga ik het onland in
Maria, ik ben overal geweest

Maria, ik ben nu zeven jaar op weg
Maria, mijn schoenen zijn voor jou
Ik loop erheen en volg het licht
Al dieper ga ik het onland in
Maria, ik ben overal geweest

Refr:
Kom, zal ik zeggen als ik haar gevonden heb
en eerbiedig heb gebogen, zus en zo
Kom, zal ik zeggen, kom we gaan
Het is de hoogste tijd, ga mee

Maria als ik jou heb gevonden
Maria, dan geef ik jou mijn wollen mantel
Ik loop erheen en volg het licht
Al dieper ga ik het onland in
Maria, ik ben overal geweest.

Refr:

Maria, als ik jou heb gevonden
Maria, mijn schoenen zijn voor jou
Maria, mijn schoenen zijn voor jou

Het oorspronkelijk gedicht Als ik Maria

3. BLIJFE SITTE

M: Gerard Veltrop
T (couplet 1 en 2): Joke van Leeuwen

Blijfe sitte kan ik nie
Je kunt niet alles kenne
An stil te sitte wen ik nie
Ik ben wel goed in renne

Ik ren de hele sooi volbij
Ik ben een super, super snelle
Nou en daffin ik mooi van mij
Maar ja, maar ja, maar ja – ik kannie telle

Wat na vier kom weet ik nie
Je kunt niet alles kenne
En lang luistere kan ik nie
Daar kan ik maar niet aan wenne

Maar als ze belle ben ik weg
Ik ben een super, super snelle
Nou en daffin ik mooi van mij
Maar ja, maar ja, maar ja – ik niet telle

En een telraam heb ik nie
Da vind ikke rare dinge
Zinne leze kan ik nie
Ik ben wel goet in zinge

Ik haal de letters door elkaar
Dus ik kan ook nie schrijfe ik
Dat vint de juf niet mooi van mij
Ik zal, ik zal, ik zal – wel sitte blijve – ik

Poëzieposter met het gedicht van Joke van Leeuwen:Blijfe sitte

4. DE TOVERBAL

M&T: Renaud Sechan (Mistral Gagnant)
Vertaling: Fred Bleumer

Op een bank in het bos, even maar, zij aan zij
Heerlijk stil, er komt niemand voorbij
Met je vingertjes knel in mijn hand komt je vraag
Of de zon nooit meer terug komt, vandaag

En dan gooien we steentjes naar duiven, ik lach
En ik zeg dat ’t eigenlijk niet mag
Maar die guitige blik brengt de zon in het licht
En maakt wonden in mij even dicht

Refr:
Dus vertel ik van toen, dat ik dol was op snoep
Chocola en op drop
Bij de Spar op de hoek uit de blikken gepikt
Met als keuze vooral: de toverbal …

In de regen met jou, even maar, zij aan zij
Gaat het ook over ons allebei
Over poppen en lego, de ijzige kou
En ik kijk vol bewondering naar jou

En dan springen w’in plassen, als niemand het ziet
Want je moeder die wil dit echt niet
En dan hoor ik je lach als een deinende zee
Die me aansteekt, ik doe met je mee

Refr:
Maar het liefst vertel k’je over de snoep
En de veters van drop
Plus de plaksuikerspin en de ijsjes van toen
Maar ik wilde vooral: de toverbal …

Op een bank in het bos, even maar, zij aan zij
Heerlijk stil, kijk de zon komt voorbij
Ik vertel je van toen, toen is dood, als een pier
En de boeven die doen ons geen zier

Dat ik reuze geniet om jouw oogjes te zien
Met z’n tweeën ook nog bovendien
En weer hoor ik je lach torenhoog in de lucht
En slaan vogels van schrik op de vlucht

Refr:
En voordat we dan gaan zeg ik:
Kijk om je heen en hou dit goed vast
Want de tijd is een dief die je lach van me steelt
Zoals hij ook stal: de toverbal, de toverbal …

Op YouTube, Renaud Sechan: Mistral Gagnant

5. LAAT ZE

M: Gerard Veltrop
T: Gerard Veltrop / Rudi Korthuis, naar ‘The Type’ van Sarah Kay

Als je opgroeit als een vrouw
En mannen kijken graag naar jou – Laat ze
Maar zie ogen niet als ramen
Of als spiegels of als handen
Want soms ben jij het niet
Waarnaar zij verlangen.

Als je opgroeit als een vrouw
En mannen houden graag van jou – Laat ze.
Maar beminnen is niet als houden van
Een blinde vlek bij elke man
Na jaren springen in een plas
Blijkt liefde plots een oceaan.

Je bent een vrouw van huid en haren
Metaforen laat je varen – Laat ze
Het is moeilijk om te stoppen
Met het houden van de zee
Zelfs als die je heeft verlaten
Zingt je hart en jij zingt mee.

Sarah Kay, a spoken word poem: The Type

6. WIE IS WIE

M:Gerard Veltrop
T: Frank Eerhart

Als ik jou was
En jij mij

Zou ik een zij zijn
En jij een hij
Ik was klein
En jij was lang
Jij was sterk
En ik was bang

Refr:
Wie is wie
Wie is wie

Ik was druk
En jij was stil
Ik had een staart
En jij een bril

Ik was dun
En jij was dik
Maar jij bent jij
En ik ben ik

Refr: …

Poëzieposter met het gedicht van Frank Eerhart: Wie is wie Het gedicht Wie is wie is te vinden in zijn gedichtenbundel: ‘Ik zie de zee’.

7. SINDS IK HET WEET

M: Gerard Veltrop
T: Jacqueline van der Waals

Sinds ik het weet
Ik weet het wel, ofschoon
Nog onder ons angstvallig
wordt ontweken
Het booze woord te noemen
Dat bij ’t spreken
Licht ruw of wat onzuiver
klinkt van toon
Sinds ik het weet
Sinds ik het weet

Sinds ik het weet
Werd mij de overvloed
De schoonheid en de zoetheid
Van alle dingen
Die mij omgeuren
En omringen
Nog wèl zo lief’lijk
En wèl zo zoet
Sinds ik het weet
Sinds ik het weet

Refr:
Sinds ik het weet
Is Liefde meer nabij
En vaak, in d’ernst
van ’t aardse spel verloren
Zoo ernstig en zoo diep als ooit te voren
Voel ik een glimlach over mij

Sinds ik het weet
Schijnt mij de atmosfeer
Doorwasemd en doorgeurd
Van zoele togen
Het is of ieder zintuig
En vermogen
Nog fijner werd en
scherper dan weleer
Sinds ik het weet
Sinds ik het weet

Sinds ik het weet
treed ik, wie ik ontmoet
De vreemden en de vrienden
Op mijn wegen
Ontroerder en
Vertrouwelijker tegen
En ik groet ze
Met een vriendelijker groet
Sinds ik het weet
Sinds ik het weet

Refr: …
Sinds ik het weet, sinds ik het weet

Het oorspronkelijke gedicht van Jacqueline van der Waals: Sinds ik het weet

8. DE VERLIEFDE ASPERGE

M: Gerard Veltrop
T: Paul Asselbergs

Ik lag met jou in hetzelfde bed
We sliepen wel rechtop
Jij stak er net wat bovenuit
Vandaar jouw blauwe kop

‘k Was stapel op jouw lange lijf
Dat mag je nu best weten
Ik vond jou echt een reuze-wijf
Gewoon om op te vreten

Laatst droomde ik de hele nacht
Aan één stuk door van jou
Jij werd mijn bruid, mooi in het wit
Omdat ik van sleepasperges hou

Plots werd mijn droom heel bruut verstoord
Ik bloedde aan m’n kuiten
We werden allebei vermoord
Door zo’n hovenier van Nuyten

We werden in een kist gelegd
En spoedig daarna gewassen
Mijn rug was krom, de jouwe recht
Jij werd dus Eerste Klasse

Wat wreed toch van zo’n hovenier
Ons zó uiteen te rukken
‘k Heb jou daarna nooit meer gezien
Want ik lag bij de stukken

Weet je wat ik het gekke vind?
’t Is eigenlijk heel stom
Terwijl óns leven in de grond begint
Is dat bij mensen nét andersom

Het gedicht van Paul Asselbergs: De verliefde asperge

9. ZOALS HET IS

M: Gerard Veltrop
T: Marinus van der Werf

Je moet geen grote woorden zeggen
Je moet geen zware vragen stellen
Je moet geen diepe stiltes leggen
Tussen onze daden in

Geef mij verhalen en wat grappen
Geef mij gesprekken die verdwalen
En als je van mij houdt
Dan lees je daar vanzelf wel in wat mij bezielt

Refr:
Er is een uithangbord dat klappert
Dat slijt in weer en wind
En ik wil het wel verfraaien
Maar kom binnen en je vindt
Zoals het is

Vraag mij niet naar mijn gedachten
Wat ik denk weet God alleen
Ik gooi wat steentjes in een vijver
En zie de kringen er omheen

Jij bent geen puzzel die ik oplos
Ik ben geen antwoord op jouw vraag
Ik ben geen blijvende garantie
Ook al wil ik nog zo graag vanwege jou

Refr:
Er is een uithangbord dat klappert
Dat slijt in weer en wind
En ik wil het wel verfraaien
Maar kom binnen en je vindt

Mij aan tafel mij in bed
In nabijheid en gemis
In die wisselende blik
Van weer verliefd en ergernis
Zoals het is
Maar kom binnen en je vindt
Zoals het is

Ik ben de jongen , jij het meisje
En inmiddels flink wat ouder
Jij bent moeder, vrouw, vriendin
Ik ben vader, man en vriend

En almaar meer word je mooier
Almaar weer word je sterker
En ik denk wel eens met zelfspot
Dat je beter had verdiend
Maar het is goed zoals het is

Refr:

Het gedicht ‘Zoals het is’ is te vinden in de bundel ‘Ik geef mij in handen van jou’, Marinus van der Werf. Marinus heeft een site met tekeningen, verhalen en gedichten.

10. BROOS

M: Gerard Veltrop
T: Mariken van de Bovenkamp

Toen staken je handen het tafelblad over
Twee grote trage aarden vlinders
Uit je ogen vlogen vogels
Die landen in mijn haar, nestelden daar

Tsielpten geruststellend
Olijfmelodieën
In mij verschoof iets
In mij verschoof iets vloeibaars

Refr:
Twee vriendelijke oude vissen
Roggen die niet wachten, zonder haast
En ik een troep dolfijnen
Een roedel eindeloze vlaktes
Kwam en ging en kwam en ging
Tilde mij boven, trok mij onder
Mijn handen werden lemen schelpen
Broos, je brak ze niet

Refr:

Het gedicht van Mariken: (zonder titel)

11. WOLK

M: Gerard Veltrop
T: Marinus van der Werf

Ik haal de borden van de tafel
Kwak het eten uit de pan
Je had gezegd dat je zou komen
Maar het kwam er weer niet van

En ik weet wel: zo ben je
Dat is juist waar ik van hou
Je bent geen hond die op zijn plek blijft
Maar dit moment vervloek ik jou

Refr:
Jij zoekt niet naar houvast
Van huisnummer en straat
Jij bent een wolk die overdrijft
Maar ik waan mij in de hemel
Als je laat merken dat je blijft
Als je laat merken dat je blijft
Voordat je gaat

Ik gooi afwas in wasbak
Spoel het vaatwerk met geweld
Ik sta met stukgevallen glas
Je hebt me zelfs weer niet gebeld

Ik wring de vaatdoek uit met woede
En opeens dan sta je daar
Je zegt met handen op mijn heupen
Zo, is de afwas alweer klaar

Refr:

Ik zeg: “Er is geen eten, heb alles weggedaan”
Jij zegt: “Het is niet erg,
je hebt het toetje laten staan
En dat ben jij”.

Refr:

Het gedicht ‘Wolk’ is te vinden in de bundel ‘Ik geef mij in handen van jou’, Marinus van der Werf. Marinus heeft een site met tekeningen, verhalen en gedichten.

 12. OVERALL

M: Gerard Veltrop
T: Gerard Nijenhuis

Ik droom van dagen
Dat wij samen het licht
Zullen zien verkleuren

Het gaat ongeveer zo:
In een witte overall
loop jij ’t onafgemaakte door

Terwijl je stem niet zingt
Maar eerder suist
Zoals heel vroeger thuis
Een ketel op zacht vuur

Ik zit onder de boom
Die zonnewijzer wordt
En schrijf het kleine woord
Dat jij hoofdschuddend leest

waarna je zingt

Het gedicht ‘Overall’ is te vinden in de bundel ‘Het omslaan van de tijd’, Gerard Nijenhuis. Over Gerard Njjenhuis: Wikipedia